menno wieringa
contact
woord | beeld
  1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7


 

Overall

ruim twaalf jaar
draag ik hem

toen hij achterbleef
heb ik hem meegenomen

een zandkleurige
zoals van een timmerman
met bont palet aan spatten
de resten houtlijm zijn van mij

nu is zijn tijd gekomen

er komt een nieuwe
wel smaller



Schildering

Zo heette hij
en in grijs corduroy
een grote man
ook zijn handen en voeten
alles was groot aan hem
O-benen?
had hij een pet op?
onder zijn arm wel een rieten mand
met brood
een broodmes om te halveren
gesneden bestond nog niet
over de mand een doek

met zijn twee zussen
dreef hij de zaak
uitzicht op de uiterwaarden

’s ochtend vroeg bakken
daarna langs de klanten
in de grijze Ford Anglia

soms hielp ik hem 
in onze buurt

en dan vroeg hij wat wil je worden
ik antwoordde bakker
dat zou ik maar niet doen bruur
zei hij dan

ja wat wil ik worden



Hoosbui

in Daedham Vale Suffolk geboren en
schildert vooral buiten
de rivier de Stour
net als Monet zijn Giverny
graast hij zijn geboortegrond af
tot zover niets aan de hand

ik ben een wolkenman
schilder met wetenschappelijke precisie
rode mangaanoxide
protiodide van kwikzilver
sesquioxide van chroom
de schilderskist als laboratorium
maar de hemel verandert te snel

dan in 1824 aan zee
hoosbuien aan de kust bij Brighton
grote halen vliegen over het papier
zwart wit en grijs op bruine ondergrond
een furieuze vaart van vegen op A4 formaat
het gordijn van regenstormen
herkenbaar
al abstractie
dat aanstonds het land bereiken zal

 

Strangen

Voorbij de panoven ligt de dijk
stenen estrikken en dakpannen
St. Martinus
bedevaartsoord na de Beeldenstorm
onder het wakend oog van Jan van Nassau
de rafelranden van de Republiek
de waarden zijn
zo vroeg nog nat van dauw
alleen een kerkklok
verder weg een hond
overstapjes over hekken
een verlaten sluisdeur
zomerkaden
schoenen zuigend in de klei
door de verlopen overlaat
verlaagde drempels eens vergaarbak
een wilg wat riet en populieren
diepe groeven soms
gevuld met water
snijden door het land
een oude arm nu mager stroompje
aan het oog onttrokken door struweel
onneembaar einde van de tocht
geen gierpont naar de
stuwwal van mijn jeugd
een trekveer touw en spierkracht
concessie aan de wandelaar
half op de hoge dijk
verankerd
baksteen met pannendak
het dijkmagazijn
werkeloos als het gemaal wat verderop
rijshout kribpalen spaakijzers en sleggen
ooit nog van waarde
als de waard weer opengaat
het water welkom is
de vergezichten blijven

het inzicht is veranderd

 

 

Dijkmagazijn

Van de woeste rivier
rest niet meer dan een kleine stroom
verscholen tussen
riet en wilgenstruweel

rijshout juffers handhijen
kribpalen paalbaken pinplanken planken

het gegroefde gelaat
van de waarden
haar langgerekte rivierarmen
oogt verlaten

kribhamers hamers sleggen
dijkboren spaakijzers dijkpalen met ijzer beslag

een enkele boerderij
uitstekend boven het landschap
een eiland
bij hoog water

draagburrien horden kruiwagens
ijzeren bouten spijkers in soorten pikkransen

op de kruin van de dijk
een langgerekt
bakstenen gebouw
met pannendak

 

Lenie

Zwarte krullen
bril
leeftijd : onbekend
  geboren omstreeks 1900
naam : Schwieger
  was dat haar eigen naam
  getrouwd?
nationaliteit : Duits
  waarschijnlijk
woonachtig : vlak bij de van Bossestraat
Staatsliedenbuurt
gebouwd na eerste wereldoorlog
door Belgische vluchtelingen

specialiteiten : meringues en double crème
casselerrib en ossentong
  wellicht  opa’s voorkeur

ze praatte een raar soort Nederlands
voor mijn kinderoren

kwam in de twintiger jaren
met de grote golf Duitse dienstmeisjes
Zeitverwanderung

kokkin op speciale dagen
  dienstbode daar was ze te trots voor
arriveerde per bus
  vaak aan de late kant
  komt ze nog wel zei oma telkens
koffertje met witte schort en muts
oudejaarsavond
ze rookte veel
  met getuite lippen
niet in de keuken

ze had nog meer adresjes

enkele jaren later verhuisden
mijn grootouders
verdween zij uit beeld

 

 

Photo

De aanzichtkaarten die we in een regenachtig
Evolène gekocht hebben zitten verpakt
in een wit papieren zakje
Photo Klopfenstein Ansichtkarten Verlag
Fotolabor Adelboden 3715 staat erop

Clemens Klopfenstein
Der Ruf der Sybilla
1984
Strega en haar gave
om het weer naar je hand te zetten






 

 

 












“ik kijk nu al een aantal jaren, dag in dag uit, naar
hetzelfde landschap… en ik besef dat ik steeds meer
zie. Mijn herinnering begint mee te spelen met het
kijken. Ik schilder de zomer met de winter in mijn
achterhoofd. Ik weet hoe de structuur van die boom
er zonder bladeren uitziet. Je kunt geen landschap
schilderen als je er niet eerst lange tijd hebt gebivak-
keerd”.     David Hockney

 









 

 




……Het begon net lichte worden, en verbaasd keek
ik naar de gelijkvormige rijen huizen, die een verwaar-
loosder indruk maakte naarmate wij dichter bij het
centrum kwamen. In Moss Side en Hulme zag ik hele
straten met dichtgespijkerde ramen en deuren, en
hele wijken waar alles was  afgebroken, zodat je over
het aldus ontstane braakland heen op ongeveer een
mijl afstand de negentiende-eeuwse wonderstad kon
zien, die voornamelijk was samengesteld uit reus-
achtige Victoriaanse kantoren en pakhuizen en nog
steeds een geweldige indruk maakte, maar in de
werkelijkheid, zoals ik al snel zou ontdekken, bijna
finaal was uitgehold. Toen we de donkere kloven  
binnenreden tussen de meestel zes tot acht verdiep-
ingen tellende gebouwen, die uit baksteen waren
opgetrokken met geglazuurde ceramische tegels,
bleek dat er zelfs hier, in het binnenste van de stad,
nergens een mens te bekennen was, hoewel het in-
middels al tegen kwart voor zes liep. Je kon werke-
lijk denken dat de stad allang door haar bewoners
was verlaten en alleen nog maar een groot doden-
huis of mausoleum was.

De emigres – W.G.Sebald





















…Ik wilde tot aan mijn proto droomhuis lopen,
mijn crypto droomhuis, die scheve kist
op palen getimmerd van groene overnaadse planken,
een soort artisjok van een huis,  maar groener nog
( geloogd met bicarbonaat soda? )
tegen voorjaarsvloedgolven beschermd door
een omheining van- zijn het bielzen?
( Veel aan dit bouwsel is twijfelachtig)
Ik zou me daar willen terugtrekken en niets doen
of bijna niets, voor altijd, in twee kale kamers
door een verrekijker turen, saaie boeken lezen,
oude, dikke, dikke boeken en nutteloze notities maken
in mezelf praten en , op mistige dagen,
kijken hoe de druppels neer glijden, zwaar van het licht.

Uit:  Eind maart.   Elizabeth Bishop

 
 
 
 

….de fiets houdt zich op tussen de auto en de schoen; zijn
lichtheid staat de berijder toe voetgangersblikken achter
zich te laten en achtergelaten te worden door de blikken
vanaf de motor. Zo blijkt de fietser een buitengewone vrij-
heid te bezitten: de onzichtbaarheid….

…..de snelheid van een fiets staat een speciale vorm van
kijken toe. Het verschil tussen vliegen in een vliegtuig,
wandelen en fietsen is hetzelfde als het verschil tussen
kijken via een telescoop, een microscoop en de filmcamera.
Wie op een halve meter boven de grond zweeft kan zijn
omgeving zien zoals door een filmcamera: hij heeft de moge-
lijkheid stil te staan bij details en de vrijheid om voorbij te
gaan aan het overbodige.
Alleen wie de wereld vanaf een fiets beziet, kan verkondigen
Een extravagant-romantische slenterziel te bezitten.

Uit: Valse Papieren – Valeria Luiselli