menno wieringa
contact
woord | beeld
  1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8


 

De meesten zijn gek

of leven  niet meer

naïef vol verlangen
beneveld op weg
als desponderado’s
Bedreigend
Des Duivels
door velen gezien

muziek stuwde voort
het ritme de snelheid
een achtbaan
de roep der sirenen
nauwelijks weerstaan

alleen
als thuis niet meer is
waanzinnig naar later

ontsnapt
bij toeval

de meesten zijn gek
of leven niet meer

de vaart van het leven
verandert van gang

wat rest
de rust
het verlangen
en een later
naïef

 

Het diepe zuiden

Een greppel in de mist
verlaten huizen
resten van plantages
een gewonde boom

geen mens

toch ze zijn er geweest
kinderen die spelen in het water
een spoorbrug en een trein
de ruiter op de oprijlaan

schijnbaar ongerept

beelden in zwart en wit
katoen tabak
de Unie trekt ten strijde
the night they drove old Dixie down

landschap
dat zijn onschuld heeft verloren      
bewogen
vlekken strepen krassen
stofjes haren
als van jaren her

 

Vogels

Een snelweg in de polder
weilanden sloten
hier en daar een boom
een grijze lucht

op weg

vitrines vol stenen
houten kasten
schemering
alleen de vogels aangelicht

ineens een vliegtuig
de landing ingezet

voorovergebogen
om toch maar
op het vel te passen
staat hij daar
de rode flamingo

Audubon tekende de vogels
op ware grootte

met Fontaine’s fabels op zak
betrad hij de wildernis
van Amerika

een katoenstoomboot
bracht hem naar de oude wereld
om zijn levenswerk
aan de man te brengen

visarend met zeebaars
wulp bij Charleston
slechtvalk  ibis en trompetzwaan

hij schoot hij tekende
pas daarna keek hij

het is nacht
als we thuiskomen

 

De wals

Het is zomer
de straat krijgt asfalt
er wordt ’s avonds doorgewerkt
de buurt loopt uit

stapvoets vordert de machine 
laat  knisperend en stomend
zwart geurende sporen na

bruinverbrande mannen
op de treeplank
schreeuwen naar elkaar

dan verschijnt mijn dinky toy

de wals

stalen wielen zingen
rollen zwaar en nat
 
de gebeeldhouwde kop
van de machinist
er bovenop

zijn zegewagen
koning van het plein
het geweld van de wielen
maakt de straat zwart en glad
hij baant zijn weg

maar hij is ontevreden
er zit geen schot in
zegt hij
vol ongeduld ment hij zijn mannen

dan is er weer beweging
het laatste stuk
zijn overwinning

het kind moet nu naar bed

 

Wijngaard

We lopen het laatste stuk de
berg op
de dag is jong en nog vol  plannen
in de schuren heerst bedrijvigheid

uit de keuken komt de geur
van gebraden vlees
de tafels zijn gedekt

we strijken neer op het terras
een sigaret
rook kringelt omhoog
en gaat langzaam op
in de blauwe hemel
van de eerste zomerdag

uitzicht op de wijngaard
het ritme van de paden
de bladeren nog fris groen
links de moestuin
akker van de arme man

verder weg de spoorlijn
met altijd wel een trein

het meer

aan de overkant de bergtoppen
van Frankrijk

er hoeft niets meer te gebeuren
mijn sigaret mag eeuwig duren




Mijn dag als zelfportret

Ik ben de eerste die opstaat
het ontbijt klaarmaakt
de familie wakker maken hoef ik niet
zoveel gemopper kan ik niet verdragen
de vroege morgen ik vertrek
per fiets naar het atelier
ik monster de rivier
en betreed het land van het bovenlicht
soms maak ik een omtrekkende beweging
en dompel me onder in de bibliotheek
ik wandel graag door de catalogus
laat me verrassen en
verdwijn voor enige tijd
Trias Jura Krijt
Devoon Carboon Perm

de weg terug
mondvoorraad inslaan
meestal kook ik
kikker en het vogeltje
de taal van de wolken
ik doe als laatste het lampje uit
en val tegen haar aan in slaap

 

Op weg naar school

ze zit voorop
eigenlijk al veel te groot voor het zitje
het is prachtig weer zon
maar zo vroeg nog fris
vooral aan je handen
ze telt de konijnen in de uiterwaarden
daarna de paarden
we volgen de dijk
dan zijn de dieren op
en gaan we over op de auto’s




Morges

We zoeken een plekje aan het meer
er zijn heel veel muggen aan het water
een sigaret  zeg je
maar daar luisteren ze niet naar

op het bankje naast ons
ligt een vrouw te slapen
de schoenen op de grond gezet
keurig in gelid

we lezen wat

lopen langs de haven
en drinken thee
het taartje valt mij tegen
jou niet

op weg naar huis
een veld vol zonnebloemen
roerloos en stil
vaak is zwijgen makkelijker




Wad

Langs het wad terug
een fietspad
aan beide zijden van de dijk
verder alleen schapen

het is eb
kolonies vogels
en hun
oorverdovend gekrijs

halverwege
de oude steiger
van de boot naar het vaste land

de reddingsboten liggen
vastgezogen
in het naar
verrotting ruikende wad
een Griekse tragedie
Neeltje Jacoba  Zeemanshoop

met de wind op kop
richting vuurtoren
ons baken




In de wolken

Lac de Gruyère
de zon strijkt over het water
de familie scheept zich in voor een petit tour
het geklots van de riemen
een meisje op de voorplecht met haar voeten buiten boord
de stemmen klinken ver over het water
de lage zon zet het riet in brand
ze spreken over de wolken
en hun namen

over het atelier van Constable in Hampsted Heath?
zijn correspondentie met Goethe over de wolken
beide amateurs
liefhebbers



Veranda

Het is stil
een krekel roert zich
wind trekt plooien in het meer
de overkant bestaat uit verschillende tinten zwart

met Noor op de veranda
naar de hemel kijken
de rest ligt al in bed
deed ik dat ook met papa
wie kan ik dat nog vragen

boven op de berg
de radiotoren met zijn rode licht
aan de hemel wat stoffige wolken

met papa naar de Rijn
achterop de brommer
op weg naar een krib
hij ging schilderen

verder één ster die
langzaam achter de heuvel verdwijnt
dat is de avondster
helder
als een baken moet zijn

alles is rust

verder weg op de snelweg gaat het leven gewoon door




Geboortehuis

Mijn geboortehuis staat in een dorp
vlak bij de grote stad verbonden
door de bovenleiding van de trolleybus

Het is vlak na mijn geboorte gebouwd
voor de oorlog stond er op die plek
een groot herenhuis

De oorlog voorbij maar altijd
aanwezig  de middenstand
kwam nog aan huis

Verderop de kerk
zijn twee grote kastanjebomen
met hun witte bloemen

Daarachter de uiterwaarden
de spoorbrug met oostenwind
kan je de trein horen

De rivier aan de overzijde
populieren  de lichten
van een auto op de dijk

Het huis de tuin
een grasveld de wat hoger
gelegen borders

Links de peer en in de hoek
de vlinderboom
eromheen de beukenhaag

Mijn kamer aan de achterzijde
uitzicht op de tuin waar ik
voor het eerst on the road las

Daarnaast het atelier van mijn vader
flarden muziek komen naar buiten
en wiegen me in slaap

Zomers als je te vroeg naar bed
moet kan je de fanfare
horen oefenen

Ze kunnen prachtig spelen
jazz moet nog steeds iets
van fanfare hebben

Ik lig op de drempel van mijn kamer
en kijk de gang in daar is het licht
ik kan niet slapen

De telefoon hangt in de gang
ik hoop dat hij gaat dan
kan ik even met mama praten

Gelukkig woont mijn broer
er nu
ik wil er niet wonen

Later is het de plek van mijn jeugd
het huis van mijn ouders
het huis van hun grootouders

Ik neem mijn dochters er mee
naar toe laat hen mijn
jeugd zien veilig landschap

 

 

1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6

De avonden duurden erg lang, wanneer ik op
mijn kamer op haar bleef wachten, maar dat
leek me heel gewoon. Ik had medelijden met
mensen die voortdurend allerlei afspraken in
hun agenda moesten noteren, soms maanden
van tevoren. Voor hen lag alles bij voorbaat
vast en zij zouden nooit op iemand hoeven
wachten. Ze zouden nooit weten dat de tijd
golft en deint en zich weer rimpelloos uitstrekt
en je allengs het gevoel van vakantie en on-
eindigheid geeft dat anderen in verdovende
middelen zoeken, maar dat ik simpelweg vond
in het wachten….

Uit “Het gras van de nacht”. Patrick Modiano

 























“ik kijk nu al een aantal jaren, dag in dag uit, naar
hetzelfde landschap… en ik besef dat ik steeds meer
zie. Mijn herinnering begint mee te spelen met het
kijken. Ik schilder de zomer met de winter in mijn
achterhoofd. Ik weet hoe de structuur van die boom
er zonder bladeren uitziet. Je kunt geen landschap
schilderen als je er niet eerst lange tijd hebt gebivak-
keerd”.     David Hockney


















Nu de medici niet langer alleenheersers zijn over
de melancholie en nostalgie, is er een Odysseus-
syndroom ontdekt. In een Spaanse krant lees ik:
“vijftig procent van de immigranten ontwikkelt
een psychische stoornis! Een derde van de vreem-
delingen die op onrechtmatige wijze het land binnen-
komen is vatbaar voor  het “Odysseus- syndroom””.
Ondanks de literaire naam die men deze patholo-
gische aandoening gaf, wordt ze gewoon opgevat
als een klinisch probleem. De symptomen van de
ziekte: verdriet, jammeren, hoge bloeddruk, pijn
in het hoofd en borst, slapeloosheid, vermoeidheid
en hallucinaties. Remedies: zowel psychiatrische
als farmaceutische. In Barcelona is er zelfs al een
medische team in het leven geroepen dat gestoorde
PAPIERLOZEN verzorgt.
Hoeveel pillen ze gaan verkopen voordat ontdekt
wordt Dat het Odysseus- syndroom niet et genezen
is met medicijnen? Hoeveel jaren zullen voorbij
gaan voordat bekend is dat de pijn in de borststreek
niet meer is dan saudade, een beetje nostalgie,
een overdaad aan zwarte gal?

Uit: Valeria Luiselli – Valse papieren

 


 

 





 














Het is een schrale troost te bedenken dat Mesopotamie
ooit zo rijk is geweest, zo vruchtbaar op het terrein van
de kunsten en uitvindingen, zo gastvrij voor de Summe-
riers, de Seleuciden en de Sassanieden….
Het belangrijkste feit in de Mesopotamische geschiedenis
is  dat Hulaga in de 13 de eeuw het bevloeiingssysteem
heeft verwoest en dat sindsdien  Mesopotamie het land
van de modder is gebleven, verstoken van enig voordeel
van modder, namelijk: natuurlijke vruchtbaarheid.

Robert Byron- Op weg naar Oxiana

 




 

 








“…..onze kaarten zijn steeds minder specifiek
geworden, steeds minder geïnteresseerd in de
elementaire mogelijkheden van de huid van de
aarde, wat suggereert dat de aarde niet langer
in staat zou zijn om geheimen te bewaren.
Meestal kijken we op kaarten naar wat we willen
vermijden, in plaats van wat we , met een beetje
geluk, zouden kunnen ontdekken. Er schuilt wei-
nig mysterie in een landschap dat we niet kunnen
betreden”.

Robert Penn Warren







 
 




























Het Romeinse leger op manoeuvre: eerste eeuw na
Chr., langs de Noordzeekust, ter hoogte van de hui-
dige grens tussen België en Nederland. Een van de
commandanten was Plinius de Oudere, die zich her-
innerde wat hij gezien had toen hij zijn beroemde Na-
turalis historia schreef.
Er waren uitgestrekte schorren en hij zag nergens
bomen. Hij kon niet vaststellen of hij zich opland of
op zee bevond. De huizen waren gebouwd op heu-
veltjes, en hij vond dat ze eruit zagen als schepen op
het water, of misschien eerder als scheepswrakken.
Hij dacht dat de huizen zo werden gebouwd om ze
tegen de ergste getijdenbewegingen te beschermen.
Deze Romeinse landrot die gewend was om vaste bo-
dem onder zijn voeten te hebben, lijkt bijna nerveus
in dit vreemde moeraslandschap van schuivende klei,
doorsneden door kreken en geulen waardoor de getij-
den het zoute water af- en aanvoerden. Het was alsof
hij het rijk verlaten had, want deze kust was van het
vasteland gescheiden door lagunes en zoute veenge-
bieden, een grens die niet minder adequaat was dan
de bossen die de mensen van elkaar gescheiden hiel-
den, effectiever dan om het even welke rivier. Om de
schorren te bereiken, en de watermensen die er woon-
den, moest je de moerassen kennen. En je moest wel-
kom zijn, want je werd zeker opgemerkt.

“Aan de rand van de wereld” - Michael Pye
( Hoe de Noordzee ons vormde )

 

 

 

 
 

 

 

 













Antropoloog Richard Nelson, die zich onder de
Koykou ( Inuit ) begaf…

“Een landschap is voor hen vol netwerken van
paden, namen en associaties. De mensen ken-
nen elk karakteristiek punt van het landschap, tot
in het kleinste detail. Meren, rivierbochten, heuvels
en beekjes krijgen een naam en worden overladen
met persoonlijke en culturele betekenissen.
De mensen lopen door een wereld die voortdurend
toekijkt – een bos van ogen. Iemand die door de
natuur trekt, hoe ruig en afgelegen ook (…) is nooit
helemaal alleen. De omgeving leeft, neemt waar, is
iemand- ze voelt.